Sinds 2022 wordt het westen van de Democratische Republiek Congo (DRC) geteisterd door een ernstige veiligheids- en humanitaire crisis, met meer dan 5.000 doden en 280.000 ontheemden. Terwijl de internationale aandacht vooral uitgaat naar de gewelddadige conflicten in het oosten van de DRC, raakt een conflict tussen verschillende gemeenschappen in de buitenwijken van Kinshasa steeds verder verstrikt in een spiraal van geweld, zonder dat de nationale autoriteiten en internationale partijen hier veel aandacht aan besteden. Tegen deze achtergrond en als onderdeel van de bewustmakingscampagne van Caritas International België en Justice & Paix probeert dit rapport de aandacht te vestigen op de Mobondo-crisis en de gevolgen daarvan.
Dit rapport analyseert de diepere oorzaken van de veiligheids- en humanitaire crisis die het westen van de DRC teistert, met name in de gebieden in de buurt van Kinshasa, de hoofdstad van het land. Het wil de intercommunautaire spanningen belichten door ze in hun historische, administratieve en sociaaleconomische context te plaatsen, en tegelijkertijd bijdragen tot een beter begrip van het veelzijdige fenomeen dat bekendstaat als “Mobondo”. Door de crisis in kaart te brengen, wil de studie bijdragen aan de ontwikkeling van strategieën voor conflictoplossing op basis van een grondige analyse van de lokale dynamiek.
De Mobondocrisis in het westen van de Democratische Republiek Congo legt de diepe verdeeldheid bloot van een land dat blijft zoeken naar vrede en sociale rechtvaardigheid. De crisis, die haar oorsprong vindt in een geschil over grondbezit en werd verergerd door politieke instrumentalisering en het wegvallen van effectief staatsgezag, vormt een ernstige bedreiging voor het vreedzaam samenleven tussen gemeenschappen in de periferie van Kinshasa. Net als bij de conflicten in het oosten van het land en elders dreigen uitsluiting, concurrentie om natuurlijke rijkdommen, schaarste aan land, de aanwezigheid van gewapende groepen en economische uitbuiting deze crisis te bestendigen in een langdurige spiraal van geweld.
Aanbevelingen
Gezien de complexiteit en gevoeligheid van het conflict pleiten de auteurs van dit rapport voor een geïntegreerde strategie die humanitaire actie, intergemeentelijke bemiddeling en structurele hervormingen combineert.

Een boer in de buurt van het dorp Dumi in Maluku. Door de vernieling van gewassen en de verontrustende veiligheidssituatie is de landbouw lamgelegd, waardoor de voedselprijzen zijn gestegen. © Colin Delfosse
- Versterking van veiligheid en staatsgezag: ontmanteling van Mobondobolwerken; uitvoering van een geloofwaardige strategie voor ontwapening, demobilisatie en re-integratie (DDR); stopzetting van illegale belastingen en machtsmisbruik; waarborging van bewegingsvrijheid, ook voor humanitaire actoren; en verbetering van het landbeheer.
- Bevordering van inclusieve vrede en sociale cohesie: ondersteuning van dialoog binnen en tussen gemeenschappen; actieve betrokkenheid van bestaande traditionele structuren; en afstemming van interventies met lokale en internationale ngo’s.
- Rechtvaardigheid en verzoening: opstarten van een onafhankelijk onderzoek; documentatie van mensenrechtenschendingen; versterking van verantwoordingsmechanismen; en bevordering van overgangsjustitie.
- Sociaaleconomisch herstel en versterking van veerkracht: heropbouw van infrastructuur; schadeloosstelling van slachtoffers; bevordering van werkgelegenheid en ondernemerschap; en integratie van bescherming, humanitaire hulp en ontwikkeling in een duurzame aanpak.
- Mobilisering van diplomatieke en internationale actie: agendering van de crisis op bilateraal en multilateraal niveau; versterking van financiële en operationele steun; en betere coördinatie tussen overheden, donoren, de Verenigde Naties en het maatschappelijk middenveld.
De samenvatting en aanbevelingen van het rapport zijn hier beschikbaar:
Dit onderzoek werd uitgevoerd met financiële steun van het Belgisch Directoraat-generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD) en de Europese Unie. De inhoud ervan kan op geen enkele wijze worden beschouwd als een weerspiegeling van het standpunt van deze twee instellingen.








